Lageranalyse met SPM Spectrum™

Het doel van het ‘SPM Spectrum’ is om de bron van de hoge schokpuls waarden te verifiëren. Schokken die opgewekt worden door defecte lagers hebben een typische patroon wat overeenkomt met de kogel/rol passeerfrequentie over de loopvlakken van het lager. Schokken van bijvoorbeeld tandwielen hebben een ander patroon, terwijl willekeurige schokken afkomstig uit stoorbronnen geen vast patroon kennen.

Signaal en meting

De resonantie frequentie van de SPM schokpuls opnemer is gekalibreerd op 32 kHz dat een ideale draaggolf is voor transiënte trillingen die veroorzaakt worden door schokken.

De uitgang van deze opnemer is van eenzelfde type als het gedemoduleerde signaal bij ‘enveloping’. Het grote verschil tussen beide is dat bij de SPM opnemer zowel frequentie en amplitude respons precies getuned zijn waardoor er geen onbekende en veranderende machine resonanties het signaal kunnen beïnvloeden.

Invoergegevens

Patroonherkenning vereist precieze gegevens van het lager en een exacte meting van het toerental. Het vinden van een lijn of lijnpatroon in een frequentie spectrum is een puur wiskundige procedure waar het toerental een factor is en de specifieke lagerschade frequenties de andere. Het toerental moet altijd worden bepaald of gemeten. De factoren die de lager frequenties bepalen worden verkregen uit het ISO lagernummer dat in de lagercatalogus in de Condmaster software wordt ingevoerd.

Evaluatie

De frequentie patronen van lagers zijn als ingesteld in Condmaster. Door de symptoomgroep ‘lager’ te koppelen aan het meetpunt zullen de lagerschade frequenties automatisch gemarkeerd worden in het frequentiespectrum. Andere symptomen kunnen worden toegevoegd indien deze van toepassing zijn zoals tandwielschade patronen.

Indien een duidelijke overeenkomst gevonden wordt met een lager symptoom is het bewijs geleverd dat het gemeten signaal geïnitieerd wordt door het betreffende lager.